Claes Baerntsz.

Geboren "medio Novembris 1574" in Hauwert. Overleden in Hauwert in 1651. Zoon van Baernt Pietersz. uit Hauwert en Adriana Claes.
Vader Baernt overleed voor 1583, maar had reeds kort na de geboorte van Claes een testament opgemaakt. Dit gebeurde vaak in deze onzekere tijden (80-jarige oorlog).
Claes erfde op 9-jarige leeftijd een derde deel van zijn vaders goed, hij was geen arme jongen en later blijkt hij dan ook tot de "gegoedsten" te behoren.

 

Plm. 1600 trouwde Claes met Marij Freeks. Hoeveel kinderen het paar kreeg is niet na te gaan, het doopboek van Hauwert begint in 1639. Wel bekend is dat zij in ieder geval ťťn dochter, Marie, kregen. Deze dochter overleed, samen met haar man, Aris Jansz. van Oostwoudt, kistemaker te Grootebroek, in 1636 aan de pest tijdens een van de laatste pestepidemieŽn. In Nederland kwamen pestepidemieŽn tot in de zeventiende eeuw regelmatig voor. De laatste uitbraak was in 1667.

 

 

Waarschijnlijk boerde Claes op de boerderij van zijn vader. In het testament van zijn vader staat:

dat de voornoemde Baernt Pietersz. aen de voorn. Claes Barentsz. zijn natuurlijke zoon, die hij geteelt hadde bij voorn. Adriana Claes maecte het darde deel van sijn goederen die hij metterdoot ruymen en achterlaten soude, met expresse voorwaerde dat Claes Barentsz. ze niet mocht "vercoepen, versetten noch vervreemden", (etc.etc.) maar dat het goed tenslotte terug moest keren naar "het naeste bloet, alsdan in leven sijnde".

Als rijke ingezetene van Hauwert kwam Claes in aanmerking voor verschillende openbare functies. Hij was secretaris en molenmeester van de Vier Noorder Koggen, regent, vredemaker en ouderling.

Als vredemaker was Claes nauw betrokken bij het geschil dat in de jaren 1622 tot 1625 speelde tussen de steden en dorpen van West-Friesland over de administratie van de kerkelijke goederen. De dorpen vertrouwden de zaak niet. Men vreesde dat de steden het beheer van de goederen wilden overnemen om zelf de inkomsten te kunnen opstrijken. Een deputatie van de Westfriese dorpen ging naar Den Haag om een verzoekschrift aan te bieden aan Prins Maurits. Claes was een van de leden van deze deputatie. Na 3 jaar werd de zaak gesust en de dorpen bleven de goederen beheren.

Niet door het uitoefenen van openbare functies heeft Claes Baerntsz zijn naam voorgoed gevestigd in de Westfriese geschiedenis, maar door het schrijven van een Kroniek over de geschiedenis van West-Friesland.
De titel luidt: 'MemoriŽn ofte kort verhael der gedenckwaerdigste gheschiedenissen van Westvrieslant'.


Deel titelblad van de kroniek van Claes Baerntsz.

Veel van de kroniek is overgeschreven uit andere kronieken, o.a. uit het werk van Velius en Winsemius. Echter, het kopiŽren van stukken tekst uit andere werken was in die tijd zeer gebruikelijk. Ten onrechte wordt Baerntsz in een kritisch artikel van Dr. G.Karsten afgedaan als 'een eenvoudigen boer'. Hoewel Claes geen groot geschiedschrijver was getuigt zijn werk toch van een zekere geleerdheid. Op goede gronden wordt vermoed dat hij de Latijnse school in Hoorn heeft bezocht.

Waarom is de kroniek van Claes Baerntsz. zo bijzonder, ondanks de vele stukken die hij heeft gekopieerd?

Met name de laatste 50 jaren van de Kroniek zijn door Claes anders beschreven dan de tijd ervoor, omdat het de gebeurtenissen zijn van zijn eigen tijd. De grootste verandering is, dat hij steeds meer plaatselijk- en streeknieuws opneemt. O.a. worden de aanleg van het 'kerkpadt' (de huidige Tuinstraat) in 1589, en de bouw van de meelmolen in Hauwert (1599) door hem uitvoerig beschreven (zie ook Jaarboek 1995, Jaap Surink, De meelmolen en ons logo, p. 42-44). Claes was molenmeester van de "Vier Noorder Koggen" en had grote interesse voor alles wat met molens te maken had.

Iedereen die zich waagt aan het beschrijven van de geschiedenis van Hauwert zal de Kroniek van Baerntsz moeten raadplegen. De Kroniek bevat gegevens uit de eerste hand. Zo is het eerder beschreven geschil over de administratie van de kerkelijke goederen tussen de steden en dorpen ook uitgebreid opgenomen in de kroniek.  

De handgeschreven geschriften van Claes Baerntsz worden bewaard op het Provinciaal Archief van Noord-Holland. Door zijn geschriften zal er waarschijnlijk tot in lengte van dagen nog gesproken worden over Claes Baerntsz, boer en geschiedschrijver te Hauwert.

Bronnen:
- De West-Friesdche Kroniekschrijver Claes Baerntsz., G.Karsten, Jaarboek 1931, Westfries Genootschap
- Wie was Claes Barentsz?, Piet Kistemaker, 1975, Westfriese families no. 1. p. 10-12
- De kroniek van Claes Baerntsz. in de Enkhuizer Courant en het Dagblad van Westfriesland, 1975-1976
(Voor meer zie Jaarboek 2010 van het Historisch Genootschap Hauwert, p. 7-10, en t.z.t. volgende jaarboeken.)