terug naar museumfolder

first previous home next last
(7 van16)


Links de kantbeugel, rechts de grotere schuitbeugel (zonder flosnetje)

Flosbeugel 10 liter:

De flosbeugel of modderbeugel kan men onderscheiden in twee soorten, nl. de kantbeugel en de schuitbeugel, allereerst de kantbeugel.
Om vanaf de walkant bagger uit de sloot te halen werd de kantbeugel gebruikt. Het flosnetje is met een leren veter in de beugel geregen. Soms werd er voor het flossen eerst een 'kragie' gezet, een soort dijkje omdat anders de bagger weer terug in de sloot liep (bijv. bij kadetjesland, omdat dit land voor de afwatering rond afliep). Ook noodzakelijk was het 'skouwerleer', dit is een stuk leer met koordjes er aan om op je schouder te binden. Wanneer je deze niet om had, was je schouder na n dag flossen helemaal 'gaar' en je werkkleding stuk. Je plaatst de beugel aan de overkant van de sloot en haalt hem over de bodem naar je toe, haalt de volle beugel omhoog en leegt hem achter 't 'kragie'. Of je gooide de bagger direct over het land als dat nodig was. Als de bagger bijv. midden in een weiland nodig was, dan liet men de bagger uitdrogen en in het voorjaar op de plaats van bestemming gebracht. Dit gebeurde met een moddertrog, die voortgetrokken werd door een paard. Doordat men het paard, op de plaats van bestemming, een bocht liet maken, kon men de trog gemakkelijk omkiepen en de modder gelijkmatig verdelen.

De 'schuitbeugel' 25 liter:

Wanneer de vruchtbare bagger op een ander weiland nodig was, of bij een hele brede sloot, baggerde men met behulp van een schuit, vandaar de naam; schuitbeugel. De bagger werd met de schuitbeugel in de schuit geladen en naar de plaats van bestemming gevaren. De inhoud van de schuitbeugel kon veel groter zijn omdat men gebruik maakte van de opwaartse druk van het water. Hierdoor was een volle schuitbeugel niet zo zwaar als een volle kantbeugel. Ook lagen de modderschuiten laag in het water, waardoor men de volle schuitbeugel niet zo hoog op hoefde te tillen. Voor en achter op de schuit zat op ongeveer een kwart van het einde een prutschot. Daartussen gooide men de bagger, gemiddeld 1 m3. De schuit werd met hoosnappen leeggehoosd. Baggeren met de schuit gebeurde doorgaans met twee arbeiders. Linkshandige arbeiders waren niet zo dik gezaaid, dus wanneer een arbeider met links kon hozen kreeg hij ongeveer een dubbeltje per uur meer betaald dan zijn collega die aan de andere kant van de schuit stond. Wanneer men 7 schuiten vol gebaggerd en leeg gehoosd had, mocht men naar huis.
Degene die met baggerwerkzaamheden bezig waren, de zgn. 'moddermannen' waren in de vastentijd vrijgesteld van het vasten, zij hadden dagelijks een stevige maaltijd met vlees nodig om het zware werk vol te kunnen houden, zo werd geredeneerd. (ter vergelijking: dit gold ook voor zwangere vrouwen!).